Om de ligging en de diepte van de leiding te bevestigen
De merkpaaltjes en de markeringen die de Fluxys-patrouilleur aanbrengt, geven een aanduiding waar de leiding ligt. De exacte ligging en de diepte van de leiding moeten altijd worden bevestigd door voldoende proefsleuven te graven in aanwezigheid van de patrouilleur.
- Bij een rechte leiding moet ten minste om de 50 meter een proefsleuf worden gegraven.
- Als de leiding een bocht maakt, dan moeten zoveel proefsleuven worden gegraven als nodig om zeker te zijn van de precieze ligging van de leiding.
|
|
Alleen met spade en schop
Proefsleuven mogen alleen met spade en schop worden gegraven. In uitzonderlijke omstandigheden mag een verharde bovenlaag (bijvoorbeeld een stuk wegdek) met een machine worden verwijderd, maar:
- De Fluxys-patrouilleur moet tijdens het afgraven van die toplaag aanwezig zijn.
- Er moet een grondwerker bij de machine staan om begeleidende aanwijzingen te geven.
- Onder de toplaag moet alles met spade en schop worden uitgegraven.
|